Soms heb je geen zin in een culinair project van drie uur, twaalf kommetjes mise-en-place en een halve vaatwasser achteraf. Dan maak je gewoon dit.
Biefstuk, boontjes en champignons gaan samen de pan in met gember, look, chili, rundsbouillon, oestersaus en bruine saus. Geen ingewikkelde technieken maar wel héél veel smaak.
Het resultaat: sappig vlees, knapperige groenten, plakkerige noedels en een saus die zich overal gezellig aan vastklampt. Waarschuwing: de kans is groot dat je na één bord ineens heel flexibel wordt over wat “genoeg” eigenlijk betekent.
Ingrediënten voor dit recep
- saffloerolie
- 400 g fijne boontjes
- stukje gember van 4 cm
- 3 uien
- 250 g kastanjechampignons
- 6 lente-uitjes
- 3 tenen look
- 1 chilipeper
- 1 el rundsbouillon
- 3 el oestersaus
- 500 g biefstuk
- 40 g bruine saus
- 500 g verse udonnoedels
- sesamzaadjes
Aan de slag!
- Kook of stoom de boontjes beetgaar en zet ze opzij.
- Snijd de gember in fijne reepjes en de uien in halve ringen. Snijd de lente-uitjes in grove stukken en de look, chilipeper en champignons in plakjes.
- Zet een grote wok of roerbakpan op hoog vuur met een scheut saffloerolie.
- Kruid de biefstuk met peper en zout en bak het vlees in de hete pan. Haal het uit de pan zodra het mooi gebakken is en laat het even rusten.
- Kook ondertussen de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking.
- Bak in dezelfde pan de uien en gember kort aan. Voeg vervolgens de look, champignons en chilipeper toe en roerbak enkele minuten.
- Halveer de boontjes en voeg ze samen met de lente-uitjes toe.
- Breng het geheel op smaak met rundsbouillon, oestersaus en royaal wat peper.
- Meng de bruine saus met 500 ml water en giet bij de groenten. Laat kort doorkoken tot de saus mooi gebonden is.
- Snijd de biefstuk in plakjes en voeg ze op het einde opnieuw toe, zodat het vlees alleen nog even kan doorwarmen.
- Serveer de roerbak met de udonnoedels en werk af met sesamzaadjes.