Dit is zo’n gerecht waarbij je na drie happen denkt: ja, hier gebeurt iets. Romig door de kokosmelk, stevig gekruid, fris van de limoen en met genoeg pit om uw interne verbrandingsmotor moeiteloos op volle toeren te laten draaien. Comfortfood dus, maar niet voor zwakke vogeltjes.
En dan die Thaise bouillon. Als je die nog niet in huis hebt: dringend iets aan doen. Echt! Currypasta en kokosmelk brengen je al een heel eind, maar die bouillon duwt de saus ineens van “lekker” naar “HAMAI, hoe goe is dees!” Je bent gewaarschuwd.
Ingrediënten voor dit recept
- 1 kg kippengehakt
- 2 eidooiers
- 1 el wokkruiden
- 60 g paneermeel
- saffloerolie
- 1 ui
- 3 stengels selder
- 3 tenen look
- 1 el geraspte gember
- 1 chilipeper (optioneel als je niet van pikant houdt)
- 1 paksoi
- 50 g rode currypasta
- 1 stengel citroengras
- 8 limoenblaadjes
- 500 ml kokosmelk
- 1 el Thai bouillon
- 1 bussel Thaise basilicum
- sap van ½ limoen, plus enkele extra partjes voor de afwerking
- een handvol cashewnoten
Aan de slag!
- Meng het gehakt met de eidooiers, wokkruiden en het paneermeel. Rol het mengsel tot balletjes.
- Verhit wat saffloerolie in een grote stoofpan en bak de balletjes rondom goudbruin. Ze hoeven vanbinnen nog niet volledig gaar te zijn. Haal ze uit de pan en zet ze even opzij.
- Versnipper de ui, selder, chilipeper en look en stoof deze aan in dezelfde pan.
- Snijd de stelen van de paksoi in stukjes en voeg ze samen met de geraspte gember toe. Houd de bladeren apart voor later.
- Voeg de currypasta toe en bak deze even mee zodat alle aroma’s goed vrijkomen.
- Kneus de stengel citroengras en voeg hem samen met de limoenblaadjes toe.
- Giet de kokosmelk erbij en voeg een eetlepel Thai bouillon toe.
- Leg de balletjes terug in de pan en laat ze nog 10 minuten zachtjes garen in de saus.
- Voeg op het einde de Thaise basilicum, sap van ½ limoen en de bladeren van de paksoi toe. Meng kort door de saus.
- Serveer met rijst en werk de borden af met wat grofgehakte cashewnoten en enkele partjes limoen.